Hoe zeg je “buurtgenoot” in het Engels?

Woont te ver weg om een buurman of – vrouw te zijn, maar te dichtbij om een stadsgenoot te zijn. In dat geval hebben we in het Nederlands het woord “buurtgenoot”. Zo’n woord heeft het Engels niet, dus hoe kun je dat oplossen? Het woord “neighbour” (Amerikaanse spelling: “neighbor“) heeft een wat groter bereik in … Lees verder

Hoe zeg je “dat moet er nog bij komen” in het Engels?

Deze vraag kreeg ik van een vragensteller in mijn inbox. “Hoe vertaal je “dat moet er nog bijkomen” naar het Engels?” Een fijne vraag, want het is er zo eentje waar in het Engels juist lekker veel vertalingen voor zijn. Je kunt in het Engels kiezen voor het sarcastische “that’s all I needed” of voor … Lees verder

Hoe zeg je “ik X me een ongeluk” in het Engels?

Deze vraag kreeg ik in mijn email. Ook wel “ik X me een breuk”. De vragensteller vroeg specifiek naar de Engelse vertaling van “ik sjouw me een ongeluk” (of “ik sjouw me een breuk”). Die is dubbel lastig omdat “sjouwen” ook geen fijne directe vertaling heeft. Daar zal ik eens een apart artikel over schrijven. … Lees verder

Hoe zeg je “snappen” in het Engels?

Mensen die voor de grap steenkolenengels spreken maken graag gebruik van “to snap”. *He is looking the cat out of the tree, you snap?* zeggen ze dan. Het is dan ook een klassieker. “Snappen” betekent voor ons “begrijpen”, maar die betekenis heeft het Engelse “to snap” helemáál niet. Dat leg ik verder hieronder uit. Hoe … Lees verder

Hoe zeg je “behelpen” in het Engels?

Een voorbeeld van een Nederlands woord waar de woordenboeken nog een beetje achterlopen (volgens mij). Ik ken het woord “behelpen” als “niet goed genoeg, waardoor je telkens andere oplossingen moet zoeken”. Een voltooid deelwoord, dus. “De situatie was behelpen.” De woordenboeken bespreken “zich behelpen” echter alleen als werkwoord: “je moet je maar behelpen met de … Lees verder